Een ongelukje komt nooit alleen

May 6, 2009

Dinsdag de 21e april zouden we op vakantie gaan naar Senegal. Het weekend ervoor had ik een tripje naar Bobo-Dioulasso gepland. Bobo is een heerlijke stad, lekker rustig met veel bomen en groen. Het is er bovendien een paar graden koeler dan in Ouaga of Dédougou. Ten zuiden van Bobo heb je de “groentetuin” van Burkina Faso. Alle mango’s en ander fruit komt uit die regio. Je hebt er meertjes en zelfs een heuse waterval. Ik ben er zelf nog nooit geweest, dus het leek me een mooie gelegenheid om daar met Bram een uitje naartoe te maken. De automonteur had die week eindelijk de schokbrekers gevonden en gemonteerd en met een nieuwe accu leek het erop dat de auto eindelijk weer eens rijklaar was. Na twee jaar. Iedere keer repareer ik ‘m weer voor veel geld en moeite en iedere keer dat ik weer terugkwam uit NL is er weer wat aan de hand. Sabotage heet dat en je kunt er niks tegen doen. In Bobo hebben we een herverkoper van onze spullen, dus leek het me handig de wagen vol te laden met goederen die hij weer zou kunnen verkopen. Enfin, vrijdag wij de wagen volgeladen en met Bernard, de metaalbewerker, tegen de middag op Bobo aan. Er ligt nu een prachtige asfaltweg, dus over de 180 km zouden we misschien een uurtje of drie gaan doen. Ik had er helemaal zin in. Het mocht echter niet wezen; na een kilometer of 90, op de helft dus, rook ik opeens iets raars. Niemand anders rook wat, maar ik vertrouwde het toch niet en zette de wagen aan de kant. Gelukkig maar, want de rook kwam onder de motorkap vandaan. Was de koelwaterslang geknapt en daarmee de motor heet geworden. Hebben wij weer, in de middle of nowhere staan wij met een geknapte waterslang. Gelukkig was Bernard erbij die het provisorisch verholpen heeft tot aan het volgende dorp. Ik weet niet hoe wij ons zonder hem gered zouden hebben. In het eerstvolgende dorpje waren de rondhangende mannen uiterst behulpzaam; eerst werd geprobeerd de waterslang met een binnenband te repareren, maar dat hield het maar voor enkele minuten, toen knapte ook die weer. Vervolgens hebben we het met een slang van een graanmolen geprobeerd en dat leek te lukken. Water erbij gevuld en karren maar weer. We waren op de helft, het was nog niet donker, dus in principe zouden we gemakkelijk in het licht in Bobo aan moeten kunnen komen. Het ging ook inderdaad een kilometer of 40 goed, totdat ook die slang het begaf en de motor weer stond te koken. Gelukkig gebeurde dit bij een piepklein dorpje, maar wel eentje met een koffiebarretje langs de kant van de weg. Daar heb ik toen de auto maar neergezet, koffie besteld en naar Bobo gebeld dat we wat later zouden komen. Dat was zo rond vijven en er zou meteen een monteur gestuurd worden – die zou er zo’n anderhalf uurtjes later zijn. Ach, dacht ik nog, anderhalf uur in Afrika, dat zal wel een uurtje meer worden, maar dat geeft niet – als hij maar komt. Nou, hij kwam ook wel, echter niet anderhalf uur laten, maar zes uur later. Om even over elven ’s nachts kwam hij met een tweede auto om ons terug te slepen. Het was dus helemaal nooit de bedoeling geweest dat hij de wagen ter plaatse zou repareren. Bovendien rook ik aan zijn kegel dat hij flink gedronken had en dat dat natuurlijk ook de reden moest zijn voor zijn late aankomst. De lapzwans, heeft hij de hele avond zitten zuipen met zijn maten en ons daar in het donker in dat gat aan ons lot overgelaten. Nou ja, we kwamen uiteindelijk na enen aan bij ons hotel alwaar de eigenaar ons nog opwachtte. Had ik dit allemaal van tevoren geweten dan had ik hem gevraagd ons op te komen halen, maar ja, helaas weet je het nooit van te voren. Die hoteleigenaar is een schat van een man. Hij heet Moctar, is getrouwd met een Nederlandse vrouw, spreekt perfect Nederlands en is on-Afrikaans betrouwbaar en eerlijk. Ik heb ze allebei in februari leren kennen tijdens mijn zoektocht naar Nederlandse ngo’s hier in Burkina Faso. Zij zijn ondertussen ook al hier op het project geweest en zodoende is er een leuke vriendschap ontstaan.
De volgende dag bleek dat de motor van de auto een flinke oplawaai gehad had (cilinderkoppen gescheurd, pakking verbrand, slangen kapot etc.). We hebben met wat monteurs nog geprobeerd om onderdelen op de tweedehands – markt te verkrijgen, maar dat bleek moeilijk. Men wilde ons eigenlijk alleen een hele motor verkopen en daar had ik weer geen zin in, want die motor die erin zit heb ik er pas vorig jaar in laten zetten. Die motor heeft nog geen kilometer gereden in onze bus. Ik blijf niet aan de gang natuurlijk. Uiteindelijk heb ik maar besloten die hele bus te verkopen. Het is nu al twee tot drie jaar dat ik die wagen opknap voor veel geld als ik hier ben en dan is hij weer aan gort gereden als ik terugkom. Het is genoeg geweest, dan maar geen auto hier. Voor het vervoer van materialen, kunnen we altijd nog van de vrachtwagen gebruik maken.

Zondag zijn we toen maar weer met de bus terug gereden naar Dédougou en dinsdag dan eindelijk op vakantie. Senegal lonkte en ik had er waanzinnige zin in. Even een maandje weg van het project, lekker aan mooie witte stranden liggen met een drankje erbij. Autootje huren en wat rondrijden. St. Louis schijnt een soort van New Orleans te zijn, een oude jazzstad. Leek me geweldig daar een paar dagen te vertoeven. We zouden om 20:00 uur vliegen, dus toen we zo rond vieren in Ouaga aankwamen zijn we meteen doorgegaan naar het vliegveld. De busreis was een van de vreselijkste die ik hier ooit gemaakt had. Bram en ik zaten bovenop de wielkast, daar waar het sowieso het hardste schokt. De bus had uiteraard geen schokbrekers en de carrosserie was voor en achter de wielen als voor ruim een meter gescheurd. Niet te geloven dat die bus nog de weg op mag, levensgevaarlijk eigenlijk, maar ja, er is hier geen controle. Ja, die zijn er wel, iedere auto moet immers ieder jaar APK gekeurd worden, maar ja, iedereen kan zich wel voorstellen hoe dat gaat………
Op het vliegveld hebben we in onze bestofte kleren nog heerlijk een paar koele biertjes gedronken, Harm kwam ook nog even langs en tegen half zeven zijn we gaan inchecken. Eenmaal binnen bleek Air Senegal niet aangekomen te zijn en het zag er volgens de dienstdoende politieagent ook niet naar uit dat ze die avond nog zouden komen. Nou ja zeg, hebben wij weer, dan maar naar het hotel dat ons zo goed was bevallen de vorige keer. De volgende ochtend naar de vertegenwoordiging van Air Senegal, alwaar de dame zich geschrokken realiseerde dat ze mij vergeten was te bellen om me te informeren dat de vlucht geannuleerd was. Ze bleken dat al tien dagen te weten. Honderd excuses en ze zou alle moeite doen om ons op de vlucht van donderdag te zetten, of anders op die van Air Burkina van vrijdag overboeken. Van het vergoeden van de hotelkosten kon geen sprake zijn verzekerde haar baas ons op zeer onbeschofte manier. Er restte ons niks anders dan maar te wachten en te hopen dat het probleem zich snel zou oplossen. Woensdag bleek al dat de vlucht van donderdag ook geannuleerd was en dat we op de wachtlijst stonden voor Air Burkina, maar er zou zaterdag weer een vlucht zijn van Air Senegal. Vrijdagochtend werd ik gebeld door de vriendelijke dame achter de balie dat alles in orde was voor de vlucht van zaterdag en dat ik langs kon komen om de tickets op te halen. Gelukkig, na vijf dagen wachten konden we dan toch aan onze vakantie in Senegal beginnen. Ik was helemaal blij toen we ’s middags naar Air Senegal gingen om de tickets op te halen. Bij binnenkomst moest ik meteen gaan zitten en bij mijn vraag hoe het ging kreeg ik het zeer Afrikaanse antwoord: Het gaat goed en het gaat niet goed (“ça va et ça ne va pas”). Oh, hoezo gaat het niet dan? Nou, het bleek dat ook de zaterdagvlucht was geannuleerd. Nou, toen zakte mijn broek af, hoor. Ze kon nog wel proberen ons over te boeken op Air Burkina voor de volgende week donderdag. Tien dagen later dan gepland. Elke dag heen en weer naar dat kantoor en steeds weer aan het lijntje gehouden. Bah, ik was het zat en heb met Bram overlegd wat we nou zouden doen. We hebben toen maar besloten dat we helemaal niet meer naar Senegal willen en vooral ik wilde liever zo snel mogelijk weer terug naar Amsterdam. Ik ben hier natuurlijk al ruim vier maanden en de warmte begint zijn tol te eisen. Zo gezegd, zo gedaan, we lieten de dames weten dat we de hele reis af wilden blazen en dat we ons geld terug wilden. Ze vonden het wel jammer, maar begrepen het ook wel. We konden de volgende dag, zaterdag, de cheque ophalen. Alsof de duvel ermee speelde lag de cheque natuurlijk niet klaar op zaterdag en de lu* van een baas zei gewoon doodleuk dat we dinsdag maar terug moesten komen. Dinsdag, weer drie dagen later, op eigen kosten in het hotel. Hoeveel tijd kost het om een cheque te tekenen? Ik had er totaal geen vertrouwen meer in dat we ooit ons geld nog zouden zien. Op internet hadden we toen al opgezocht wat de problemen met Air Senegal waren en het bleek dat die al van 2007 dateren. Mismanagement en loze beloftes, het is allemaal zo bekend, en toch blijft het triest.
Daar een ongeluk nooit alleen komt kwamen we er op maandag ook nog eens achter dat het visum van Bram verlopen was. We hadden het zo uitgerekend dat zijn visum precies lang genoeg zou zijn totdat we naar Senegal zouden vertrekken. Gelukkig was de meneer van de immigratiedienst, waar je je visa moet kopen, behulpzaam en kwam bovendien uit de regio van hier, dus in plaats van drie dagen wachten konden we het paspoort al de volgende dag ophalen. Tot mijn grote verbazing werd ik dinsdagochtend uit bed gebeld door de dame van Air Senegal dat ons geld klaar lag. Geen minuut liet ik verstrijken en een kwartiertje later stonden we al op kantoor. Niet te geloven, we kregen al ons geld terug en ze hadden zelfs de brief gemaakt die ik ze gevraagd had op te stellen voor de verzekering om te proberen de hotelkosten vergoed te krijgen. Opeens kon het dus wel. Gelukkig maar! Na acht dagen heen en weer naar hun kantoor veel ergernis was het weliswaar jammer dat de vakantie niet doorging, maar was het hoofdstuk Air Senegal wel tot een goed einde gekomen.

De Volkswagenbus van het project stond nog steeds in Bobo en daar moest een koper voor gevonden worden, dus bedacht ik me dat het beter en vooral comfortabeler om via Bobo terug te gaan naar Dédougou. Op die manier zouden we alleen maar over asfalt rijden en bovendien zijn de bussen die tussen Ouaga en Bobo rijden veel en veel beter als die, die tussen Ouaga en Dédougou rijden. Zo gezegd, zo gedaan, wij weer naar Bobo, gezellig een paar dagen met Moctar en alle andere vrienden die ik daar in de loop van de tijd heb gemaakt. Woensdag met de racebus naar Bobo en zondag uiteindelijk weer terug in Dédougou. Het waren heerlijke paar dagen in Bobo, met veel lekker eten (visjes van de bbq!) veel bier in leuke tentjes, nog twee concerten meegepikt en vooral heerlijk gerelaxt. De hotelkamer had airconditioning, dus we sliepen heerlijk ’s nachts, want het is nog steeds heel erg warm. Overdag loopt het nog steeds op tot een graad of 40 en ’s nachts koelt het niet af beneden lichaamstemperatuur. Bovendien heeft het de afgelopen week in Ouaga en ook tijdens ons verblijf in Bobo twee keer geregend. Als het regent koelt het op dat moment wel even lekker af, maar de volgende dag is het vies klam en drukkend heet weer, wat het er niet aangenamer op maakt.

Enfin, nog een dag of 10 en dan zit het er weer op. Bram en ik vliegen de 14e ’s ochtends vroeg weg en zijn zo rond de middag weer terug in Amsterdam. Het is mooi geweest. De vakantie in Senegal zat er niet in deze keer, maar Senegal loopt niet weg. Het werk is gedaan, het wordt tijd weer eens in NL te gaan kijken. Bram heft zich opgeworpen als onze fondsenwerver en als iemand iets kan verkopen dan is hij het wel. Ik ben benieuwd, het zou een grote last van mijn schouders nemen als het met de financiën wat ruimer zou zitten hier. Doordat alle lonen sinds een jaar gereguleerd zijn en we ook werknemersbijdragen moeten betalen, wordt het steeds moeilijker de eindjes aan elkaar te knopen.

Groetjes iedereen. Nog ruim een week. Ik heb zin in een koel glas witte wijn! Dat is ook alweer ruim vier maanden geleden 🙂