Goede Tijden Slechte Tijden

December 2, 2009

Tjonge, jonge, jonge, in wat voor een soap ben ik nu weer terecht gekomen. De vorige keer had ik geschreven dat de dorpelingen op 10 augustus met veel kabaal Achilles de toegang tot zijn werkplaats hadden ontzegd en hem dwongen zijn sleutels af te geven en te verdwijnen. Ze hadden besloten dat hij op staande voet ontslagen moest worden. Sinds die tijd zit Achilles in Dédougou uit zijn neus te eten, maar zijn salaris wordt doorbetaald, want ik heb geen reden om hem te ontslaan. De oude baas had op 5 september nog een vergadering georganiseerd met het voltallige personeel, een delegatie van de dorpelingen en de vakbond met het dringende verzoek hun besluit terug te draaien, maar ze wisten van geen wijken. De voorzitter van de vakbond, tevens voorzitter van de regionale mensenrechtenorganisatie zei nog dat ze helemaal het recht niet hadden iemand weg te sturen van het project, maar niks hielp.
Ik heb in de eerste weken dat ik hier was als een kleine Sherlock Holmes detective gespeeld en met alle betrokkenen gesproken. De situatie is nu helemaal duidelijk: het dorp is opgestookt door de twee broers. Dat wist ik natuurlijk al, maar nu heb ik de bewijzen. Toen we in februari met de bouw van het vrouwencentrum begonnen heb ik Achilles gevraagd de supervisie op zich te nemen en dat heeft hij geaccepteerd. Op 5 augustus heeft hij een grote bestelling gedaan voor de dakconstructie en dakplaten, voor een flink bedrag, meer dan 2 miljoen. Zoals gebruikelijk in Afrika, wanneer je een grote aankoop doet, is Achilles een geldbedrag aangeboden dat hij in zijn zak heeft gestoken. Zo gaat het met alles hier, als je 10 tomaten koopt krijg je er 3 cadeau, als je 12 bananen koopt, krijg je er 15. De eigenaar van de winkel waar Achilles de spullen besteld had, was niet op de hoogte dat Venance geen deel meer uitmaakt van de directie en heeft hem vervolgens opgebeld om hem te informeren dat Achilles de fooi ontvangen heeft. Venance op zijn beurt verdraait het hele verhaal en zegt tegen de oude baas dat hij net een telefoontje van de verontruste winkeleigenaar had ontvangen die hem had gevraagd of dit de nieuwe manier van doen was van Haparako – dat Achilles de fooi afgedwongen had onder het dreigement anders ergens anders de spullen te gaan kopen. Feitelijk waren dus alleen de oude baas en Venance op de hoogte van het feit dat Achilles die fooi ontvangen had, maar in no time wist iedereen ervan, tot in Dédougou aan toe. Ik heb de winkeleigenaar persoonlijk gesproken en hem gevraagd of Venance vroeger soms ook fooien had gekregen en die beaamde dat. Het is dus wel duidelijk dat Venance uit jaloezie gehandeld heeft en eindelijk de stok gevonden heeft om Achilles te slaan. Dit allemaal wetende ben ik naar de gendarmerie gegaan om een officiële klacht in te dienen en die stuurde me meteen door naar het OM. Die handelde snel en binnen een week moesten de ondertekenaars van het rapport dat de dorpelingen me gestuurd hadden zich bij de openbaar aanklager melden. Dat is nogal een intimiderende toestand hier, want de oproep om te verschijnen wordt door met AK 47 bewapende geüniformeerde agenten persoonlijk afgeleverd. De vooravond van de oproep waren de aangeklaagden schijtebang en stomdronken. In hun dronken toestand kwamen ze mij ook nog eens bedreigen: als ik die toestand met Achilles niet met rust zou laten, dan zouden ze het project sluiten en mij op dezelfde wijze als Achilles het dorp uitjagen (sic). De openbaar aanklager had de situatie dondersgoed door en had wel in de gaten dat een hard optreden de situatie alleen maar nog verder zou laten escaleren. Hij heeft ze een beetje geïntimideerd en ze vervolgens naar huis gestuurd met de woorden dat ze dat nooit nog eens mochten doen en dat ze de rest van het dorp moesten informeren dat eveneens nooit meer te doen. Tegen mij zei hij vervolgens dat ik bij de minste of geringst bedreiging hem persoonlijk moest bellen, dat hij dan wel in zou grijpen.

Daarmee was de zaak voor mij natuurlijk nog niet opgelost, want Achilles mocht nog steeds niet terugkomen om te werken. Bovendien is men erachter gekomen dat Achilles in een dependance van Haparako in Dédougou gaat werken en ook daarmee is men niet akkoord – een van de caissières die in de winkel in Dédougou gaat werken werd al door Antoine, de oudere broer, bedreigd hoe ze het in haar hoofd haalt met Achilles samen te gaan werken terwijl zij hem van het project gestuurd hebben. Alsof dat arme kind daar zelf iets over te zeggen heeft, ik heb haar gevraagd en ze heeft het blij geaccepteerd, want het scheelt haar elke dag 10 kilometer heen en terug fietsen. Ik ben vervolgens naar de voorzitter van de vakbond gegaan die al in september geïntervenieerd heeft en wat blijkt; het is een oude voorlichter (Lamoussa) van het waterproject waar ik vier jaar gewerkt heb – we zijn dus oud collega’s. Ik heb hem de hele zaak uitvoerig uit de doeken gedaan en hem gezegd dat, als het aan mij lag, ik het liefst Venance de laan uit zou sturen, maar dat ik ook wel wist dat ik dan mijn leven niet meer zeker zou zijn. Die dorpelingen zijn tot alles in staat en er zijn wel mensen om minder vermoord – vooral als ze dronken zijn en dat is elke dag. Lamoussa is van dezelfde stam als het dorp en hij kent Venance en het dorp goed en gebood mij niets te ondernemen, hij zou de zaak wel oplossen. In mijn bijzijn belde hij Venance om hem te zeggen zich nog diezelfde avond bij hem te melden en de volgende dag was er al de confrontatie tussen mij en Venance, in het bijzijn van Lamoussa. Venance ontkende uiteraard elke betrokkenheid, maar Lamoussa, die wel vaker met dat bijltje heeft gehakt, pakte het uitermate gewiekst aan; zelfs als hij helemaal nergens weet van heeft is het nog steeds zijn verantwoordelijkheid om de dorpelingen te kalmeren, want het was immers hij die mij naar het dorp heeft gebracht. Als mij iets zou overkomen zou men hem erop aankijken. Lamoussa maakte hem bovendien verantwoordelijk om de dorpelingen over te halen Achilles weer toegang tot het project te geven. Ha, dat zal geen makkelijke taak zijn, want je hebt ze eerst opgestookt om hem te verjagen en nu moet je ze ervan overtuigen hem weer terug te laten komen. De dorpelingen zijn weliswaar analfabeet, maar helemaal stom zijn ze natuurlijk niet. Ik ben benieuwd of hij het gaat doen en of het hem lukt.

Ondertussen gaan de sabotageacties gewoon door. In mijn eerste maand hier heb ik de dorpshoofden van Parako en omliggende dorpen bij elkaar geroepen om ze te vertellen over de transformatie van Fondation Haparako naar een technische school voor tweede kans onderwijs. Iedereen heeft een document gekregen van het voorstel dat DSF (de organisatie die die school zou moeten gaan runnen) en ik samen hebben gemaakt en dat als naar vijf financieringsorganisaties in NL gestuurd is. Ik heb iedereen gevraagd het document goed te lezen en dat we een vergadering met alle dorpshoofden zouden organiseren om te overleggen – als ze nog aanvullingen of commentaren hadden dat we die dan mee zouden nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Vorige week maandag was de eerste vergadering. Om 9:00 uur. Van de zes dorpshoofden kwamen er maar drie opdagen en dat nadat ik ze ettelijke keren had gebeld. Om 11:00 waren er dus drie en zijn we begonnen. Ik begin mijn introductie, bedankte iedereen dat ze gekomen waren en vertelde in het kort wat het voorstel inhield en als er opmerkingen waren dat die dan meer dan welkom zouden zijn, want ik wilde het graag een zo democratisch mogelijk besluit laten zijn. Niemand zei iets, dus gaf ik het dorpshoofd van Parako het woord en het enige wat die te zeggen had was dat het quorum (welk quorum?) niet gehaald was en dat hij voorstelde de vergadering een week uit te stellen. Bovendien moesten alle dorpen waarover Parako heerst uitgenodigd worden, ondanks dat er dorpen tussen zitten waar Haparako nog nooit wat mee te maken heeft gehad. Ik had geen keuze en omdat ik gezegd had dat het een democratisch proces moest worden, wat ik wel gedwongen de vergadering een week te verschuiven. Vandaag (30 november) was die tweede vergadering en er was een enorme menigte opgetrommeld, hoofdzakelijk uit Parako; de chef de terre, het dorpshoofd, een aantal geletterden en een flink aantal analfabeten die al behoorlijk dronken waren. Ik deed weer mijn introductie en gaf het dorpshoofd van Parako weer het woord. Gedurende drie uur ging het nergens anders over dan of ik Venance ingelicht had voordat ik de vergadering bijeen geroepen had. Nee, ik had hem niet persoonlijk ingelicht, maar wel mijn vice (de oude baas) en de voorzitter van de adviesraad. Zo werkt de structuur van Haparako nou eenmaal. Bovendien heb ik alle dorpshoofden een kopie gegeven en twee kopieën laten rouleren op het project, zodat alle werknemers die zouden kunnen lezen. Dat Venance niet kan lezen is immers niet mijn probleem. Ze bleven maar doorhameren over dat het Venance was die mij naar het dorp gebracht had en waarom ik hem niet had ingelicht. Gelukkig waren er een aantal notabelen die mij steunden en die ingrepen. Op een gegeven moment werd het zelfs zo grimmig dat men weigerde het nog voor mij te vertalen. Uiteindelijk heb ik zelf ingegrepen en gevraagd waarom iedereen over Venance praat en waarom hij zelf niks zegt. Als hij iets te zeggen heeft dan moet hij ook de moed hebben dat en publique te zeggen en ik heb hem het woord gegeven. Iedereen grinniken, want veel meer dan wat gestamel kwam er in eerste instantie niet uit. Uiteindelijk kwam het erop neer dat hij in zijn kuif gepikt was dat hij niet persoonlijk geïnformeerd was en dat ik mijn huis aan de stichting wilde verkopen, als doorgangshuis, terwijl het huis op zijn terrein staat. Ik antwoordde daarop dat ik niet het terrein verkocht, maar het huis, mijn investering en dat het niet aan een vreemde, maar aan het project, het project van hun, verkocht zou worden. Niks daarvan, hij bleef maar morsig tegensputteren. Oef, wat kunnen die lui vermoeiend zijn. Ik ben ook nog eens snipverkouden en moet me daar maar als slimste opstellen, terwijl ik het liefst weg zou willen lopen en in mijn bed gaan liggen. Uiteindelijk werd er voorgesteld om de vergadering wederom een week te verschuiven zodat Venance en ik onze problemen zouden kunnen bijleggen. Het enige dat ik wil is weg uit dit dorp, weg van al die problemen. Wordt vervolgd………

Mijn vriendinnen Flo, Senouhan 1, Senouhan 2, Hamboza en Rita steunen me door dik en dun. Elke middag zitten we gezamenlijk te drinken en tegenwoordig eten we ook vaak samen. Flo heeft vorige week haar laatste oom van vaders kant verloren, dus die was de hele week in de rouw. Haar man, de grote dronkelap Antoine, die met de dag gekker wordt, blijft haar maar uitfoeteren. Hij heeft zelfs geweigerd haar naar haar familie te begeleiden om de begrafenis bij te wonen. Dat arme mens is daadwerkelijk depressief – ze eet niet meer, drinkt alleen maar dolo en zit daar maar op haar matje te huilen. Ik probeerde haar te steunen waar ik kon, maar twee dagen terug vond ik het welletjes. Ik heb haar bij de arm genomen en mee naar mijn huis genomen om haar te dwingen wat te eten. Ik had pizza gemaakt en dat vond ze wel lekker en at ze gretig op. Terwijl we aan het eten waren, hoorden we allerlei kabaal vanuit haar huis komen en wat bleek? Antoine was bezig om met zijn dronken kop de muur kapot te slaan omdat zijn vrouw niet thuis was. Zit hier enkele logica achter? Ik zou het niet weten. In maart heeft hij alle waterpotten kapot geslagen en nu dus de muur. Gelukkig slaat hij Flo niet, maar daar is ook alles mee gezegd.

Het is een beetje een moedeloos bericht geworden deze keer, maar dat wil niet zeggen dat ik me niet vermaak. Ik heb hier enorm veel goede, lieve vrienden en vriendinnen en daarmee vermaak ik mij prima. De oude baas steunt mij volledig en gaat morgen naar Ouaga om de oogarts en voorzitter van de adviesraad in te lichten over alles wat hier de laatste tijd gebeurd is. Zo wordt de druk op Venance nog verder opgevoerd, want de oogarts gaat ongetwijfeld ingrijpen. Met de rest van het personeel kan ik het nog steeds zeer goed vinden en met de voorzitter van onze ondernemingsraad begin ik zelfs een vertrouwensband te krijgen, want ik betrek hem bij alles wat personeel (en dus ook Venance) aangaat.

Groetjes en tot de volgende keer.