Over Burkina Faso > Boucle du Mouhoun

Boucle du Mouhoun

100 meter asfalt

Boucle du Mouhoun betekent letterlijk “bocht in de Mouhoun”. De Mouhoun is de rivier die in het zuidwesten van Burkina Faso ontspringt, naar het noorden loopt en bij Dédougou omkeert om weer naar het zuiden richting Ghana te stromen. Vroeger heette de Mouhoun de Volta Noir en zij heet in Ghana nog steeds de Black Volta.

De regio Boucle du Mouhoun wijkt globaal gezien niet af van de gemiddelde gegevens van het hele land, alle trieste statistieken gaan ook voor deze regio op. Het gebied beslaat een oppervlakte van ca. 20.000 km2, hetgeen neerkomt op bijna de helft van Nederland. In dit hele gebied ligt slechts één asfaltweg, namelijk de verbindingsweg van Dédougou naar Bobo-Dioulasso in het zuiden, en verder 100 meter rond de markt in Dédougou; het wegennet bestaat uit zogenaamde pistes, die niet veel meer zijn dan aangestampte aarde. Hierdoor gaan auto’s, bussen en vrachtwagens maar een paar jaar mee, ze trillen letterlijk kapot op de hobbelige wegen. Er is echter goede hoop dat in het tweede decennium van de 21e eeuw de verbindingswegen naar Koudougou en Ouahigouya aangelegd zullen worden. Dit zou de regio ontsluiten en een aanzienlijke impuls geven aan haar ontwikkeling.

Door zijn gunstige geografische ligging met relatief veel neerslag en vruchtbare grond, wordt de Boucle du Mouhoun ook wel de graanschuur van Burkina Faso genoemd. Echter, door de staat van de wegen wordt het transport van landbouwproducten behoorlijk bemoeilijkt.

Dédougou is de bestuurlijke hoofdstad en met zijn bijna 35.000 inwoners de zesde stad van Burkina Faso. In Dédougou bevinden zich ook de enige middelbare scholen van de hele regio, zes openbare en twee privé scholen. Er zijn geen technische scholen of andersoortige beroepsopleidingen. In Dédougou bevindt zich een fabriek van de SOFITEX, de nationale maatschappij voor de katoenverwerking. Deze fabriek biedt gedurende zes maanden per jaar werk aan (ongeschoolde) seizoenarbeiders.

Dolo

De meerderheid van de bevolking van de Boucle du Mouhoun is Bobo. Zij wonen vredig samen met de Samo, Nounouma en Peul. Door de overbevolking op het plateau komen er de laatste decennia ook steeds meer Mossi vanuit het oosten naar deze regio.

De Bobo is een trots volk dat zich nooit heeft laten overheersen. Zelfs de Franse kolonisator is het niet gelukt dit volk onder zijn controle te krijgen. De Bobo hebben een rijke traditie en een hechte sociale structuur. Anders dan de Mossi, die met hun families in afzonderlijke groepjes wonen, leven de Bobo in dorpen. Het zijn van oudsher landbouwers en de verdeling van de grond ligt in handen van de “chef de terre”, die afstamt van de stichter van het dorp. Deze “chef de terre” is meestal een oude, wijze man die naast landconflicten ook familieproblemen oplost. Bovendien zorg hij dat de traditionele gebruiken in ere worden gehouden, zoals het inwijden van de maskers die op gezette tijden en tijdens feestelijke gebeurtenissen “uitlopen”.

De Bobo zijn relatief democratisch georganiseerd, er heerst een echte overlegcultuur. Wanneer er een probleem is, worden alle familiehoofden bij elkaar geroepen en wordt er net zolang gediscussieerd totdat het probleem is opgelost. Na afloop worden de voorouderen ritueel bedankt en wordt er een kalebasje dolo gedronken op de goede afloop.

Dolo wordt gemaakt van gekiemde gierst die drie dagen, 24 uur per dag, wordt gekookt. Het vuur aanhouden onder meerder potten gedurende 72 uur kost onnoemelijke hoeveelheden hout. Door de toenemende ontbossing moet het hout van steeds verder komen. Het is voor de vrouwen niet meer te doen het zelf te zoeken en daarom moet het gekocht worden. Hierdoor worden de marges nog kleiner. Er is geen econoom voor nodig om in te zien dat deze manier van geld generen uiterst penibel is. Er hoeft immers maar weinig fout te gaan of de hele investering was voor niks.

In veel Bobo-dorpen vind je een of meerdere wijken waar de veedrijvende Peul wonen. De Bobo geven hun vee onder de hoede van de Peul, die het vee voeden en verzorgen. Naast graan is vee het middel bij uitstek om te “beleggen” in vette jaren en te “consumeren” in magere jaren. Huwelijken tussen deze twee etnische groepen komen veelvuldig voor.

Foto's >>

 

 

Op de foto:

Graan wordt in lemen silo's opgeslagen die soms prachtig versierd worden. Op de voorgrond de dorsvloer.

>>>