Overleven in Afrika

February 21, 2009

Om hier te overleven moet je weten wat het zogenaamde patronagesysteem inhoudt. Kort gezegd komt het neer op “voor wat hoort wat”, maar het is veel ingewikkelder en grijpt veel verder in, in alles wat je wilt doen. Het is niet iets van Burkina Faso alleen, het bestaat in alle sub-sahara Afrikaanse landen. Als je de consequenties en de reikwijdte niet kent zou je het als corruptie afdoen, maar dat is slechts een deel van het systeem. Stel je werkt voor een organisatie die een congres gaat houden en jij bent diegene die dat moet organiseren. Je hebt dan een ruimte nodig en je belt dus een aantal hotels af om te vragen of ze op die en die datum een vergaderruimte vacant hebben. Het is dan de gewoonste zaak van de wereld dat het hotel aan wie je de opdracht gunt jou iets toestopt. Zouden ze dat niet doen, dan krijgt de concurrent de opdracht. Op zo’n manier bouw je een goede relatie op, want een volgende keer gun je hetzelfde hotel de opdracht, omdat je al weet dat jij dan ook wat krijgt. Dit is overigens een waar gebeurd verhaal over een medewerker van SNV in Angola. De toenmalige Nederlandse directeur ontsloeg het hele Angolese team toen hij erachter kwam. Nadat hij merkte dat ook de vervangers zich inlieten met patronage, nam hij zelf gedesillusioneerd ontslag als ontwikkelingswerker en keerde terug naar Nederland. Hij heeft vervolgens een nogal negatief boek over zijn ervaringen geschreven.
Ik zal wat voorbeelden uit de praktijk van het project geven:

In 2007 zouden we het raffinagesysteem van de olieperserij gaan bouwen. We hadden het ook kant en klaar kunnen kopen, maar aangezien wij een trainingscentrum zijn leek het me handiger en leerzamer om het zelf te bouwen door de lasserij en metaalbewerking. Jean, de toenmalige chef metaalbewerking, deed een belletje naar zijn oude baas Salame en lichtte hem in dat wij een raffinagesysteem wilden bouwen. De volgende dag stond Salame hier op de stoep en daar we al eerder met hem samen hadden gewerkt kreeg hij de opdracht. Jean op zijn beurt kreeg een brommer cadeau van Salame. Het was immers dankzij Jean dat Salame een nieuwe grote opdracht binnen had. Als je bedenkt dat die brommer bijna 9 maandsalarissen van Jean kostte, dan blijkt wel hoe diep het systeem in de dagelijkse gang van zaken ingrijpt. Uiteraard is de prijs van de brommer doorberekend in de prijs voor de raffinage, maar dat wist ik natuurlijk niet. Die twee hadden overigens al een afhankelijkheidsrelatie want Salame heeft Jean immers opgeleid. Salame zou in eerst instantie bij ons komen werken, maar zag ervan af om uit Bobo-Dioulasso te verhuizen. Hij heeft vervolgens Jean voorgesteld en die is toen bij ons komen werken. Nu Jean ontslagen is en maar geen nieuw werk kan vinden klopt hij steeds bij Salame aan die hem dan wat toestopt.

Alle werknemers hier op het project zijn schatplichtig aan Venance omdat hij er voor gezorgd heeft dat zij hier op het project werken. Is natuurlijk volkomen onzin, maar zo wordt het wel gezien. Venance heeft er immers voor gezorgd dat ik het project hier zou beginnen, want als Venance mij niet had gekend, dan was het project niet hier in Parako gekomen. Daarom is Venance natuurlijk ook zo boos, want nu kan hij die kaart niet meer uitspelen, want niemand trekt zich meer iets van hem aan. Ik ben er overigens van overtuigd dat Venance ook het een en ander toegestopt heeft gekregen van diegenen die hier (veel) geld verdiend hebben.
Men is overigens ook schatplichtig aan Antoine, de broer van Venance, want die heeft er als “chef de terre” immers voor gezorgd dat de grond beschikbaar werd gesteld. Zonder grond geen project, zonder project geen baan, dus zonder Antoine geen inkomen. Het gaat soms ver, ik weet het, maar het is wel de realiteit.

De Softiex, de nationale katoenfabriek, heeft een aantal fabrieken hier in de regio. Die fabrieken brengen al hun reparatiewerkzaamheden naar Bobo-Dioulasso of Ouagadougou. We hebben ze allemaal benaderd en verteld dat wij een goed geoutilleerde metaalbewerkingwerkplaats hebben. Als ze hun werk naar ons zouden brengen, dan zijn ze sneller geholpen en bovendien goedkoper uit, want er zijn minder transportkosten. Uiteraard waren alle directeuren geïnteresseerd, maar als ze ook daadwerkelijk ons de opdrachten zouden gunnen, dan moest er natuurlijk ook wel iets hun kant op komen. Daar doe ik dus niet aan mee, want hoe moet ik dat verantwoorden in mijn boekhouding. Bovendien vind ik dat wel erg dicht tegen corruptie aanschurken.

Patronage kan heel verlammend werken, want je komt nooit meer van een schuld af. Aan de andere kant vergemakkelijkt het het leven voor de ontvangende kant. Mensen die op personele zaken werken zitten helemaal goed. Een goede vriendin van me heeft in de tijd voor de revolutie, en dan praten we over ruim 30 jaar geleden, een aantal jaren op PZ van een of ander ministerie gewerkt. Tot de dag van vandaag maakt ze er gebruik van dat ze destijds bepaalde mensen aangenomen heeft.

Gelukkig zijn er ook een hoop mensen die weigeren mee te doen aan het patronagesysteem. Zij vinden het ronduit corruptie. Aan de andere kant redeneren ze wel op een vergelijkbare manier: stel ze hebben iets van iemand nodig en ze willen er niet voor betalen dan gaat het in de trend van “vandaag doe jij iets voor mij, morgen doe ik iets voor jou”. In bijna alle gevallen lukt het vervolgens om de dienst gratis te krijgen. Het zit diep ingebakken in Afrikaanse manier van doen, in het hele leven hier. Dat krijg je er zo een-twee-drie niet uit.

Op het project gaat het nog steeds goed. We zijn donderdag (jawel donderdag!) 12 februari met de bouw van het vrouwencentrum begonnen. We hebben acht leerlingen, twee uit de twee wijken van Parako, twee uit Massala, het dorp ten noorden van Parako en ieder eentje uit twee kleinere dorpjes ten zuiden van Parako. We dachten het wel eerlijk verdeeld te hebben, totdat gisteren de vertegenwoordiger van Kouna kwam reclameren dat we niemand uit zijn dorp hadden aangenomen. Oeps! Kouna is een piepklein dorpje ten zuidwesten van Parako, dat feitelijk uit slechts één familie bestaat. Gelukkig is het nog niet te laat en de negende leerling uit Kouna is vandaag begonnen.

Van de week waren we een dag gesloten omdat de eerste vrouw van een van onze wachten overleden was. Als het zo dicht bij een van de medewerkers is, of als het een notabele van het dorp betreft, dan sluiten we uit respect het project de dag van de ter aarde bestelling. Begrafenissen duren hier altijd een aantal dagen en zijn behoorlijk duur voor de directe familie. Iedereen uit de verste hoeken komt langs om te condoleren en die moeten allemaal te eten en te drinken krijgen. Familie die van ver komt blijft soms wel een week. Iedereen draagt wel een klein beetje bij, er wordt zelfs een apart team samengesteld dat bijhoudt wie wat bijgedragen heeft, maar het leeuwendeel komt voor rekening van de familie van de overledene. De vrouw die overleden was is overigens wel op een behoorlijk domme manier gestorven. Ze is ’s avonds een beetje aangeschoten in een waterput gevallen en verdronken. Hoe stom en zinloos kun je sterven?

Zerbo, de chef van de olieperserij, is vorige week op training geweest. Door dat gezeur met de katoenzaden loopt hij al geruime tijd werkeloos rond. Ik wil hem niet ontslaan want het is een harde werker die elke klus aanneemt en hij is collegiaal en respectvol naar iedereen. Twee weken geleden kwam hij zelf met het voorstel om in Bobo-Dioulasso, bij een neef van hem, een training te volgen om verschillende soorten zeep te maken. Hij had die neef al gebeld en had ook al meteen een offerte gevraagd. Kijk, dat zijn nou initiatieven die ik verwelkom. Uiteraard heb ik toegestemd. Naar goed Afrikaans gebruik heb ik eerst nog wat van de prijs van de neef afgedongen en Zerbo is de dag erop vertrokken. Van de week heeft hij prachtige knalblauwe vloeibare zeep gemaakt die we afgevuld hebben in kleine flesjes die ik overhoud van mijn yoghurt. Ik ben nu etiketjes aan het ontwerpen die we op de flesjes gaan plakken en dan moet Zerbo de boer op om onze blauwe zeep in de winkels van Dédougou te slijten.

De vrachtwagen is ondertussen aangekomen in Ghana. We hebben deze keer enorm gelazer gehad met de documenten die zoek waren. De fixer in Ghana is wel 4 keer naar Accra geweest om ze op te halen, maar ze bleken zoek. Ik heb ontelbare keren naar Ghana en Nederland moeten bellen. Pas na tussenkomst van de verscheper in Nederland is het afgelopen woensdag gelukt de documenten boven water te krijgen. Komende maandag vertrekt onze chauffeur naar Ouagadougou om dinsdag samen met Moussa naar Ghana te vertrekken. Een week later zullen ze dan weer terug zijn in Ouagadougou. Insha’alla.

Ik heb net de hele inventaris opgemaakt, dus we zijn er klaar voor. Een aantal leerlingetjes zijn de winkel aan het schoonmaken en opruimen zodat er straks weer nieuwe waar in kan. Er heerst altijd een soort van euforische, opgewonden stemming zo vlak voordat er een vrachtwagen met nieuwe goederen aankomt. We weten dan dat het de eerstkomende tijd na het uitladen een heksenketel zal zijn. Het staat dan letterlijk zwart van de mensen – honderden staan te dringen en duwen om te zien of er iets van hun gading bij is. Weinigen hebben genoeg geld bij zich en reserveren dan hun apparaat op het kantoortje van de dames van de administratie. Die arme dames zitten dan dagenlang tussen al die apparaten en kunnen amper ademhalen door de drukte op hun kantoor. Iedere keer sta ik weer versteld van de stoïcijnse kalmte waarmee zij gewoon doorgaan met bonnetjes uitschrijven, geld tellen, vertellen dat we geen kredieten meer geven maar dat er wel in termijnen betaald kan worden en zo voorts.

Afrikanen kennen geen rij zoals wij die kennen. Als je wilt betalen dan loop je naar de balie. Als daar toevallig al iemand staat te wachten, die er dus eerder was, maakt dat niets uit. Als je bij de bank een formulier staat in te vullen komt men gewoon gezellig meekijken, zonder gêne. Het woord voordringen ken men dan ook niet. Het zegt ze niks. Zo ook hier bij onze kassa. Je zou denken dat het een stuk comfortabeler is als je rustig je beurt afwacht in de ruime winkel. Nee hoor, met z’n allen in het kantoor dringen en meekijken hoe de dames hun bonnetjes uitschrijven. Ze staan letterlijk over de dames heen gebogen. Bij de banken in Ouagadougou hebben ze wel rode lijnen op de grond getrokken en erbij geschreven dat er achter die lijnen gewacht moet worden. Werkt niet. Nou kan natuurlijk niet iedereen lezen, maar ook als men dat wel kan, dan nog wacht men niet achter een lijn. Het prektisch gevolg hiervan is dat bij de pinautomaten geüniformeerde bewakers staan die je slechts een voor een binnen laten. Zonde natuurlijk als er drie pinautomaten in een rij staan en er elke keer maar eentje gebruikt wordt, maar ja, hoe moet je anders je pincode geheim houden?
Wat mij ook altijd verbaast is het feit dat als iemand een bus binnen stapt, hij of zij altijd naast iemand gaat zitten, ook al zijn er legio lege plaatsen. Je zou toch denken dat men hier in dit warme klimaat wat ruimte om zich heen zou willen. Niks hoor. Hoe dichter ten elkaar aan, hoe beter.

Vandaag is Flo jarig. Ze heeft van mij een kip cadeau gekregen en die gaat vanmiddag op de barbecue. De twee dames van het secretariaat hebben ieder 2 liter dolo gegeven. Gezellig, met de dames een kippetje eten met een kalebasje dolo erbij! Typischer kan het niet.